Voorvechters voor de verdraagzaamheid, toen en nu

Secretaris bestuur antropologe

Secretaris bestuur
antropologe

Verdraagzaamheid of anders gezegd, tolerantie, is een begrip die in meerdere contexten te plaatsen is. Meest gebruikte definitie van het woord is dat het een deugd is en een beroep doet op een ieders houding om te dulden wat men afwijst of verafschuwd. In de filosofie wordt onder andere John Locke en Spinoza genoemd als grondleggers voor het tolerantiebegrip.

Locke bepleit religieuze verdraagzaamheid in zijn “brief over Tolerantie” terwijl Europa geteisterd werd door godsdienstoorlogen. Naast zijn pleidooi voor een scheiding tussen staat en kerk, zodat geen enkel geloof kan worden afgedwongen door een wereldlijke macht, spoort hij aan tot verdraagzaamheid jegens anders-gelovigen. Behalve voor, pikante aantekening, katholieken en atheïsten. Je kan niet alles hebben.

Spinoza richtte zich juist meer op een universeel begrip van tolerantie. Ieder is vrij om zelfstandig te kunnen denken en zijn mening te verkondigen. Maar als mensen die vrijheid van meningsuiting gebruiken om anderen aan te zetten tot daden die de sociale orde verstoort, moet de overheid optreden. Beide heren plaatsten tolerantie in een religieuze en politieke context. Dat de tijdgeest van de 17e eeuw toen nog niet helemaal stond te springen om deze discussie, blijkt uit dat Locke ondergedoken onder acroniem moest schrijven en de boeken van Spinoza zo’n tweehonderd jaar waren verboden.

Tegenwoordig hebben wij allerlei rechtsmiddelen, strafrechtelijke bepalingen, antidiscriminatie-organen en beleid om gelijkwaardigheid tussen verschillende groepen wettelijk te waarborgen. Op “staatsniveau” zitten we als het ware gebakken. Als Locke en Spinoza nu hadden geleefd, hadden ze niet te hoeven onderduiken, sterker nog, waarschijnlijk waren zij bloedfanatieke twitteraars en zou je zonder problemen hun boeken online kunnen bestellen.

Al hun werken ten spijt, het debat over wat verdraagzaamheid is, houdt ons nog steeds bezig. Of vooral, eerlijk is eerlijk, over onverdraagzaamheid. Uitingen van intolerantie krijgen veel aandacht, men spreekt er schande van, maar opvallend is dat tolerantie als houding zelf ook wordt bekritiseerd. Het is eigenlijk onverschilligheid, een lijdzaam toezien, cultuurrelativerende luiheid. Bovenal het duidt nog steeds op een machtsverhouding. Immers, de meerderheid bepaalt wat afwijkend is en of het aangepakt moet worden of mag blijven bestaan. Mooie muziek hoef je niet te tolereren, kattengejank wel.

Verdraagzaamheid heeft nu eenmaal betrekking op de samenleving en kleurt als het ware naar de tijdsgeest. Het gaat over ons, in het hier en nu, wat ons bezighoudt. De verkiezing van Ambassade en Ambassadeur bestaat juist om te laten zien dat er meer is dan alleen maar abstracte discussie of scepsis. Als ik naar de genomineerden kijk, zie ik veel verschillende tastbare uitingen van verdraagzaamheid: een symposium, dagbesteding, een fakkeltocht, een actieplan, een theatervoorstelling, een documentaire, een kalender en een knuppel in het hoenderhok.
Men duidt, benoemt, spreekt aan, laat zien, maakt het speels, houdt een spiegel voor. Men doet.

Driehonderd jaar na Locke en Spinoza vind ik dat best een compliment waard.

Share Button